Permanente ontwikkeling 

Reïncarnatie is een belangrijk gegeven binnen de antroposofie: Het individuele lot van een mens ontwikkelt zich gedurende vele levens. Ziekte en gezondheid kunnen daarbij onderdelen van het lot (karma) vormen.

Het beleven van een ziekte in al zijn aspecten is een zoektocht naar een nieuw evenwicht in de biografie en biedt de mogelijkheid innerlijk te groeien. Een voorwaarde daarvoor is het zelf-genezend vermogen (salutogenese) dat in ieder mens sluimert, wakker te roepen. Om dat vermogen aan te kunnen spreken zijn er vanuit de antroposofische geneeskunde medicijnen en therapieën, maar ook de verzorging en verpleging heeft hierin een belangrijke rol. Maar om de juiste handeling te verrichten, therapie of het goede medicijn te kunnen geven, moet de verplegende de patiënt als ’heel’ wezen kennen.

Ieder mens is uniek, heeft zijn eigen lot en zijn eigen manier van daarmee omgaan.

Een voorwaarde om een ander te begrijpen is jezelf te begrijpen. Daarvoor moet je ook helder naar jezelf en je eigen ontwikkeling kunnen kijken. Daar ben je nooit klaar mee en zodoende met je patiënt in ’wederzijdsheid’ en gelijkwaardigheid; deze durende ontwikkeling geld immers voor hulpvrager én hulpverlener.

Wil je jezelf doorgronden,
Kijk naar alle kanten in de wereld.
Wil je de wereld doorgronden,
Kijk in je eigen diepten.

Rudolf Steiner 9 November 1923

 

 

home  ·  contact